Een niemendalletje van 20 centimeter

“Ik ben mijn jumpertje kwijt.” De tranen sprongen Jantienne in haar ogen terwijl ze de politieman wanhopig aankeek.

“Gestolen?” vroeg de agent zakelijk.

“Weet ik niet,” snikte Jantienne. “Vanochtend lag hij nog op mijn bed, maar toen ik weer thuiskwam van het boodschappen doen was hij weg.”
De agent knikte. “Maar zo erg is dat toch niet? Misschien is dat ding van het bed gevallen. U weet wel, in die gleuf tussen de muur en het bed?”
“Ik heb overal gezocht,” jammerde Jantienne. “Ook in die gleuf.”

De agent haalde zijn schouders op. “U kunt toch zo weer nieuwe dameskleding kopen? Als ik u was zou ik rustig naar huis gaan, een lekkere warme bak koffie zetten en de hele zaak vergeten.”

“De zaak vergeten?” brulde Jantienne opgewonden terwijl ze haar tranen met een woest gebaar uit haar ogen wreef. “En dameskleding heb ik helemaal niet nodig. Ik moet mijn jumpertje hebben.”

De dienstdoende agent zuchtte diep en krabde op zijn hoofd. “Nou goed dan. Dan maken wij een rapport op. In vijfvoud.”

“Een rapport?” kreunde Jantienne. “En vijfvoud. Kunt u geen actie ondernemen?”

De man keek geïrriteerd op vanachter het loket. “Een rapport maken is actie, juffrouw.” Hij klikte op zijn computerscherm en begon.

“Uw naam?”

“Biggelaar. Jantienne Biggelaar.”

“Adres?”

“Berenburgerplein 26.”

De man tikte de gegevens in en begon het hele proces. Jantienne beet op haar nagels en was op van de zenuwen. Het duurde haar veel te lang.

De agent was inmiddels op een scherm aangekomen waarop dameskleding stond en keek Jantienne weer aan.

“Uw jumpertje? Kunt u een beschrijving geven?
Jantienne knikte. “Ja…fluweelzacht en wit.”
“Fluweelzacht en wit,” tikte de politieman in. “Lengte?”

Jantienne dacht even na en plaatste haar handen uit elkaar om een schatting te maken. “Eh… 20 centimeter denk ik.”

De politieman had zijn vingers al klaar om de gegevens in te toetsen, maar ze leken vlak boven de computer te bevriezen. “20 centimeter,” sprak hij ongelovig. “Dat is wel een heel raar jumpertje. Een niemendalletje zou ik haast zeggen.”

Jantienne wierp hem een vernietigende blik toe, maar hield zich in.

“Bijzonderheden?” ging de agent verder nadat hij de lengte van 20 centimeter had ingevoerd.

“Roze oortjes.” Jantienne begon weer te huilen.

“Roze oortjes en een lengte van maar 20 centimeter?” antwoordde de agent met een grijns. “Mag ik eens vragen wat voor beroep u uitoefent, juffrouw?”

Jantienne kon zich niet langer inhouden en stoof op. Ze keek verwilderd naar de politieman en begon te schreeuwen. Haar speeksel sloeg de onthutste politieman om de oren. “Stomme hond. Jumpertje is mijn twaalf jaar oude dwergkonijn. En mijn beroep? Als u dat zo nodig weten moet, ik werk aan de kassa in de Aldi.”